Mythes

In de wereld van bomen bestaan er veel mythes. We delen deze graag met jullie, met de nodige context en informatie.

  1. “Als er iets mis is met een boom, moet je die flink insnoeien; verjongen/verkloeken.”

    • In onze pagina “Ignorance” ziet u wat er dan kan gebeuren.
  2. “Snoeien doet groeien.”

    • Dit geldt voor de meeste grassen, planten en struiken, maar bomen zijn en blijven een wereld apart.
  3. “Een boom is kloek en kan tegen veel.”

    • Mis dus; als men weet dat de vitale delen van een beuk zich 0,8 mm onder zijn schors bevinden…
  4. “Veel vruchten wil zeggen dat de boom gaat sterven.”

    • Dat zou helemaal mooi zijn, maar dit wordt gezegd door houthakkers met te grote autoleningen.
  5. “Een boom is kaprijp.”

    • Dit wordt gesteld door houthakkers met zware maandelijkse machinale kosten. Camionettes en jeeps met “Tuinaanleg, boomverzorging, groen, opritten” zijn aannemers van alle werken.
  6. “Vormsnoei oude bomen.”

    • Dit is wel echt de moneymaker onder de snoeiers. Onder het motto “U vraagt, wij draaien” zijn er al honderden monumentale bomen verdwenen. Een boom behoeft geen “vormsnoei”. Wie zijn wij om deze planten een vorm op te leggen? Ten eerste leent hun biomechanisme zich er niet toe, en ten tweede veroorzaakt het onomkeerbare afsterving bij waardevolle bomen zoals beuk en eik. Als de grond al precair is en de seizoenen te lang te droog zijn, is het zeker fataal. Ofwel knot je vanaf jaar vijf of zeven, ofwel zet je de juiste boom op de juiste plek. De foto’s zijn een jaar na een “vormsnoei” genomen; bemerk het moeizame regenereren en de topsterfte. Dit betekent automatisch wortelsterfte en verdere inrotting.

Deze uitspraken komen vaak van onopgeleide en mechanisch denkende snoeiers die zich in een pak-de-poen-show wanen. Informeer u eerst goed en vergeet niet dat de beëdigde boomverzorger verantwoordelijk blijft voor een behandelde boom tot 10 jaar na de ingreep. Hij geeft u niet altijd wat u wilt, maar handelt in het belang van de boom.

  1. “To zalf or not to zalf.”
    • Een jaar geleden kon een klant het toch niet laten om een potje boomzalf te kopen en dit op een oude wonde te smeren.

    • Resultaat na zes maanden onder de zalf: de verdonkering is het begin van rot door condensatie en gebrek aan lucht en licht. Rond de randen bemerkt men het wondhout en een goed oog ziet de vertraging en zelfs plaatselijke inrotting omdat er geen licht meer bij kon.

    • Conclusie: laat de boom gerust. Indien de zaagsnede op de juiste manier werd uitgevoerd, groeit de wond snel dicht, mits alle biotechnische voorwaarden zijn vervuld. Gesmeer, gepulk en geschaaf kan de boom wel missen als een gat in een boot. Men vermenselijkt te vaak uit goede bedoelingen (pleister op de wond en zo), maar begrijp dat bomen andere spelregels hebben.