De eisen die de wegenbouw stelt, zoals voldoende draagkracht van het wegdek en snelle afvoer van neerslagwater, zijn vaak tegenstrijdig met de eisen die een boom aan de bodem stelt, zoals water- en zuurstofdoorlatendheid. Rond veel bestaande straatbeplantingen is de grond voor een optimale groei te sterk verdicht. Vaak beschikt de boom over weinig ruimte om te wortelen door de aanwezigheid van obstakels zoals wegverharding, kabels, leidingen en riolen. Het is belangrijk om rekening te houden met de vereiste 0,75 m² bewortelbare ruimte (substraat) per m² kroonprojectie.
Voor de groei van een straatboom zijn drie factoren in de grond zeer belangrijk: water, voeding en luchtvoorziening. Een verstoring van één van de basisfuncties van de grond kan leiden tot ernstige groei- en ziekteproblemen bij de bomen. Wat de watervoorziening betreft, kunnen zowel een tekort als een overmaat de groei in straten verslechteren. Voor een optimale groei is ongeveer 10 à 20 volumeprocent water nodig.
Wat betreft voeding zijn veel van onze straatbomen verwaarloosd. Door het verwijderen van afgevallen bladeren in parken en straten verdwijnt een belangrijk deel van de humus en van de plantenvoedende elementen. Deze kringloop kan worden gesloten door compost te gebruiken.
Een goede luchtvoorziening in de bodem is tenslotte noodzakelijk voor de wortelontwikkeling van bomen in straten. Bij veel straatbeplantingen verstikken de wortels als gevolg van bodemverdichting. Optimale luchtpercentages liggen tussen 20 en 40 volumeprocent. Deze bodemlucht moet bovendien voldoende zuurstof bevatten (>16%).
Om een goed evenwicht te krijgen tussen voedingsstoffen, water en lucht is het aan te raden om bij de aanplant in straten voor het plantgat een aangepast grondmengsel te gebruiken. Dit mengsel kan bestaan uit compost (10 tot 20%) en gewone aarde. Meer gestandaardiseerde mengsels kunnen ook verkregen worden door compost te mengen met gekalibreerd ééntoppig zand, ook wel bekend als bomenzand.
